Rb. Amsterdam 4 april 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4435
Erfrecht. Fideï-commis de residuo / op elkaar aansluitende voorwaardelijke makingen. In het testament van X is voorzien in een ouderlijke boedelverdeling, waaruit volgt dat de dochter een rentedragende onderbedelingsvordering verkrijgt op de langstlevende (haar moeder). Verder is bepaald dat de aan de dochter van X toekomende onderbedelingsvordering aan een stichting toe zal komen onder de opschortende voorwaarde van het overlijden van de dochter. De dochter overlijdt voordat de onderbedelingsvordering aan haar is voldaan. De stichting betoogt op verschillende gronden dat zij recht heeft op rente over de onderbedelingsvordering over een tijdvak dat is gelegen vóór het intreden van voornoemde opschortende voorwaarde (het overlijden van de dochter). De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is. Relevante wetsartikelen onder andere: 3:216, 4:136 e.v., 4:138 lid 2 en 6:142 lid 2 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl