Rb. Amsterdam 5 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0684
Artikel 1:262 BW van toepassing op machtiging gesloten jeugdzorg. De op 2 november 2011 verleende machtiging gesloten jeugdzorg werd door het Bureau Jeugdzorg pas na drie maanden, te weten op 14 februari 2012, ten uitvoer gelegd. Gelet op 1:262 lid 3 BW was voornoemde machtiging reeds komen te vervallen, derhalve is sprake geweest van onrechtmatige vrijheidsbeneming van de minderjarige. De vervolgens op 22 februari 2012 verleende spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg is onterecht verleend en wordt ingetrokken. Op grond van de complexe problematiek en de disfunctionele thuissituatie wordt op grond van art. 29b Wjz een machtiging gesloten jeugdzorg verleend voor een korte periode, onder aanhouding van het restant van het verzoek, teneinde informatie te verkrijgen van de psychiater over het perspectief van de minderjarige.
De uitspraak op rechtspraak.nl