Rb. Amsterdam 14 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9361
Opneming afstamming in gemeentelijke basisadministratie (GBA) aan de hand van Ghanese geboorteakten. Verweerder heeft een eigen bevoegdheid om onderzoek in te stellen naar de juistheid van de in de GBA in te schrijven feiten. Als de geboorteakte niet gebruikt kan worden als brondocument voor de vaststelling van de familierechtelijke relatie, dient verweerder het in te schrijven rechtsfeit erkenning toch aan de geboorteakte te ontlenen als de erkenning aannemelijk gemaakt wordt door behoorlijk onderzoek. Daarbij geldt dat erkenning ook kan worden vastgesteld aan de hand van de in de uitspraak van 10 maart 2008 van de rechtbank Den Haag genoemde criteria: i) heeft er een naamgevingscereminonie plaatsgevonden, ii) vermelding van de vader op de geboorteakte, iii) verzorgen en onderhouden van het kind, iv) verklaring van de moeder over het vaderschap van de man. Bij deze beoordeling geldt dat op het moment van het opmaken van de geboorteakte moet zijn voldaan aan de criteria. In het onderhavige geval is het niet aannemelijk geworden dat een naamgevingsceremonie heeft plaatsgevonden en dat eiser de kinderen heeft onderhouden. De Ghanese geboorteakten kunnen dus niet dienen als bewijs van erkenning. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl