Rb. Amsterdam 14 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9358
Ambtshalve verwijdering door verweerder van afstammingsgegevens uit de Gemeentelijke basisadministratie (GBA). Onder de omstandigheid dat in een eerdere procedure is aangenomen dat eiser het kind heeft erkend en op basis hiervan de afstamming in de GBA is opgenomen, bestond er voor verweerder voldoende aanleiding om zelf onderzoek te doen naar de afstammingsrelatie van eiser ten opzichte van het kind. Het rechtszekerheidsbeginsel staat hieraan niet in de weg. Het is vervolgens aan verweerder om aan te tonen dat de in de GBA opgenomen afstammingsgegevens onjuist zijn. Als de overgelegde geboorteakte niet gebruikt kan worden als brondocument voor de vaststelling van de familierechtelijke relatie, dient verweerder het in te schrijven rechtsfeit erkenning toch aan de geboorteakte te ontlenen als de erkenning aannemelijk gemaakt wordt door behoorlijk onderzoek. Daarbij geldt dat erkenning ook kan worden vastgesteld aan de hand van de in de uitspraak van 10 maart 2008 van de rechtbank Den Haag genoemde criteria: i) heeft er een naamgevingscereminonie plaatsgevonden, ii) vermelding van de vader op de geboorteakte, iii) verzorgen en onderhouden van het kind, iv) verklaring van de moeder over het vaderschap van de man. Verweerder heeft niet onderzocht of in de situatie van eiser is voldaan aan deze criteria. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen en ongemotiveerd op dit punt. Beroep gegrond, toepassing bestuurlijke lus, verweerder dient nader onderzoek te verrichten.
De uitspraak op rechtspraak.nl