Rb. Amsterdam 1 februari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV5691

Vrije advocaatkeuze. De rechtsbijstandverzekering van eiser wordt uitgevoerd door DAS. Eiser betoogt – kort gezegd – dat hij een advocaat kan kiezen om zijn belangen in een procedure te behartigen en dat hij dan op grond van de richtlijn (Richtlijn 87/344 van 22 juni 1987) en wet (Wft) het recht zou hebben zelf een advocaat te kiezen, in ieder geval steeds als er sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure. De polisbepaling die stelt dat slechts als DAS een advocaat opdracht geeft, de keuze van [eiser] zal worden gevolgd, is derhalve nietig, aldus eiser. De rechtbank overweegt als volgt. De uitleg die eiser aan de richtlijn geeft staat op gespannen voet met het karakter van de verzekering: een rechtsbijstandverzekering in natura. De bepalingen van artikel 3 lid 2 sub a en b van de richtlijn pogen (in het geval van natura verzekeringen) tegengestelde belangen binnen de organisatie van de rechtsbijstand­verzekeraar uit te sluiten. Artikel 4 van de richtlijn voorkomt tegengestelde belangen als een advocaat wordt ingeschakeld, doordat als een (externe) advocaat wordt ingeschakeld de verzekerde de keuze heeft voor een onafhankelijke advocaat. De rechtbank is derhalve van oordeel dat slechts indien er sprake is van een procedure en opdracht is gegeven aan een (externe) advocaat, een recht op vrije advocaatkeuze ontstaat voor de verzekerde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen