Rb. Amsterdam 14 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9797
Mondeling verzoek tot wraking ex art. 512 Sv. Het verzoek is gericht tegen de politierechter. Afwijzing verzoek horen getuigen. Met de door de rechter gegeven motivering, wordt vooruitgelopen op hetgeen mogelijk door de getuigen verklaard zou kunnen worden en heeft de rechter blijk gegeven van een onjuiste waardering van het bewijs. Het gesloten systeem van rechtsmiddelen biedt geen ruimte voor een beoordeling van de juistheid van een door de rechter genomen beslissing. Grond voor wraking bestaat alleen als deze beslissing een feit oplevert waarvoor geen andere verklaring kan worden gegeven dan dat deze voortvloeit uit vooringenomenheid van de rechter. Daarvan is geen sprake. Hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, berust deels op een onjuiste lezing van hetgeen de rechter heeft gezegd. De door de rechter genomen beslissing is verder gebaseerd op de door verzoeker aangedragen argumenten. Het verzoek om getuigen te horen is met in achtneming van het criterium “verdedigingsbelang” afgewezen. Deze beslissing noch de motivering daarvan levert een feit op waarvoor geen andere verklaring kan worden gegeven dan (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) vooringenomenheid. Dit volgt evenmin uit de overige ter zitting aangevoerde stellingen van verzoeker.
De uitspraak op rechtspraak.nl