Rb. Amsterdam 26 oktober 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2958

EAB Polen. 1) Het betreft hier een vonnis dat buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon is gewezen, nadat deze met de officier van justitie in Polen een overeenkomst had gesloten met betrekking tot de te verwachten bewezenverklaring en de strafoplegging. Het is vaste rechtspraak van deze rechtbank en kamer dat een dergelijk vonnis wordt aangemerkt als een verstekvonnis in de zin van artikel 12 OLW. De weigeringsgrond van dit artikel is aan de orde. 2) Een ander vonnis ziet op het in bezit hebben van een hoeveelheid van 0,5 gram marihuana. De overlevering voor dit feit moet worden geweigerd aangezien niet is voldaan aan alle in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde eisen, gelet op het bepaalde in artikel 11, zesde lid Opiumwet. 3) Voor het gedeelte van dit vonnis dat ziet op de verwerving van een hoeveelheid van 0,5 gram marihuana in ruil voor een gestolen telefoon is - hoewel het hier ook gaat om een hoeveelheid marihuana van minder dan 30 gram - naar het oordeel van de rechtbank het strafmaximum in Nederland hoger, omdat dit feitencomplex ook kan worden gekwalificeerd als opzetheling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen