Rb. Amsterdam 17 augustus 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8289
Canonverhoging als voorwaarde voor instemming met bestemmingswijziging. Een voorwaarde die in wezen inhoudt dat een volledige herberekening van de canon plaatsvindt naar de maatstaven die gelden op het moment dat een bestemmingswijziging plaatsvindt, komt in strijd met de in de erfpachtsovereenkomst opgenomen termijn voor canonwijziging van 75 jaar als onder 6.14 genoemd. Een dergelijke voorwaarde is daarom zozeer in strijd met de strekking van de wezenlijke bepalingen van de erfpachtsovereenkomst, dat het stellen van een dergelijke voorwaarde misbruik van recht in de zin van art. 3:13 BW oplevert. De bevoegdheid om al dan niet in te stemmen met een bestemmingswijziging heeft immers als doel te voorkomen dat de zaak een ongewenste bestemming krijgt, maar is niet bedoeld om ‘via een omweg’ de termijn waarvoor de erfpachtcanon vast staat te bekorten. Het bestuur van het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer heeft bij besluit van 15 januari 2003 een vergunning aan de erfpachter verleend tot het verbouwen van het Renaultgebouw. De bouwwerkzaamheden zijn vrijwel direct hierna gestart. Aan het einde van datzelfde jaar, bij brief van 22 december 2003, heeft de Gemeente laten weten dat de geplande horecagelegenheid als bestemmingswijziging heeft te gelden ten aanzien van de in de vestigingsakte opgenomen bestemming en dat daar toestemming van de gemeente voor nodig is. Die toestemming is vervolgens in maart 2004 door gedaagden aan de Gemeente gevraagd. Pas bij brief van 15 september 2006 – dus twee en een half jaar na de aanvraag en nadat in 2005 diverse bouwvergunningen door het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer aan gedaagden zijn verleend, heeft de Gemeente aan erfpachters bericht dat zij bereid was de eerder genoemde privaatrechtelijke toestemming te verlenen, maar slechts onder de voorwaarde dat de canon werd verhoogd.. De gemeente heeft in de genoemde brief van 22 december 2003 geen melding gemaakt van de mogelijkheid dat de te stellen voorwaarde een canonverhoging zou (kunnen) zijn, laat staan dat enige indicatie is gegeven van de mogelijke omvang daarvan. Onder de genoemde omstandigheden kan het achteraf alsnog stellen van een financiële voorwaarde niet worden aanvaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl