Rb. Amsterdam 29 augustus 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR7082

Buiten behandelingstelling paspoortaanvraag omdat betrokkene zijn vingerafdrukken niet wil afstaan. De rechtbank oordeelt eerst aan de hand van EG-Verordening nr. 2252/2004 (als gewijzigd bij EG-Verordening nr. 444/2009). Betrokkene heeft niet betwist dat de Verordening afname van de vingerafdrukken en de opslag ervan in het paspoort zelf regelt, maar twijfelt aan de rechtsgeldigheid van de Verordening. Verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie EG van 18 december 2007 (zaak C 137/05, Verenigd Koninkrijk). Verordening is verbindend. Gelet op de overwegingen van het Hof van Justitie gaat de rechtbank ervan uit dat het Hof zowel artikel 8 EVRM als de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten van de EU in ogenschouw heeft genomen. Voor het stellen van prejudiciële vragen ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding. De beroepsgronden die verband houden met de opslag van de gegevens behoeven geen bespreking meer. Volledigheidshalve wijst de rechtbank er nog op, dat hangende het beroep van eiser de Minister van Binnenlandse Zaken bij brief van 26 april 2011 heeft bericht dat voor nu wordt afgezien van de opslag van vingerafdrukken in de reisdocumentenadministraties en dat al opgeslagen vingerafdrukken zullen worden vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen