Rb. Amsterdam 8 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR2579

Verzet van een Nederlandse merkhouder tegen de eerste verhandeling in Bulgarije van oorspronkelijke goederen van zijn merk zonder zijn toestemming. De merkhouder laat in Bulgarije beslag leggen op een partij whisky die vanuit Georgië in Bulgarije was aangekomen. In de daaropvolgende bodemprocedure oordeelt de Bulgaarse rechter op basis van een interpretatieve beslissing van de Bulgaarse Hoge Raad van 15 juni 2009 dat geen sprake is van merkinbreuk. Het beslag op de partij whisky wordt daarom opgeheven. De Bulgaarse beslagene vordert daarop in een procedure tegen de merkhouder in Nederland schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging door de merkhouder en onrechtmatige aanzeggingen jegens Bulgaarse handelsrelaties van de beslagene. De rechtbank passeert het vonnis van de Bulgaarse rechter wegens strijd met de openbare orde (artikel 34 lid 1 EEX-Vo) en oordeelt dat de beslagen partij whisky een importbestemming had. De door de merkhouder gelegde beslagen zijn daarom niet onrechtmatig. Ook is niet gebleken van onrechtmatige aanzeggingen door of namens de merkhouder jegens handelsrelaties van de beslagene. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen met veroordeling van de beslagene in de proceskosten als bedoeld in art. 1019h Rv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen