Rb. Amsterdam 13 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR1558

Vordering DNB erkend. In deze zogenaamde renvooiprocedure heeft de rechtbank zich gebogen over een vordering die DNB heeft ingebracht in het faillissement van DSB Bank, nu deze vordering door twee stichtingen van de heer Lakeman is betwist. De vordering van DNB ziet op de bedragen die zij heeft uitgekeerd aan voormalige klanten van DSB Bank op grond van het depositogarantiestelsel. Zij is daarmee in de rechten van die klanten getreden. DNB is verplicht om die vorderingen op DSB Bank te verhalen. De stichtingen hebben deze vorderingen inhoudelijk niet betwist, maar menen dat DNB op haar beurt, op grond van falend toezicht, schade moet vergoeden aan DSB Bank. Het is aan de curatoren om een eventuele aanspraak van DSB Bank op de DNB te gelde te maken en zich op verrekening te beroepen. Maar de stichtingen vinden dat, in het geval de curatoren dat niet doen, artikel 119 van de Faillissementswet aan hen, als crediteuren, de mogelijkheid biedt hetzelfde te bewerkstelligen door de vordering van DNB te betwisten. De rechtbank is van oordeel dat die ruime uitleg van artikel 119 Faillissementswet geen steun vindt in het recht. De vordering van DNB wordt dan ook erkend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen