Rb. Amsterdam 14 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9536

De doorzending van het indicatiebesluit van CIZ aan het Zorgkantoor wordt niet aangemerkt als aanvraag van eiseres om een pgb. Nu eiseres geen aanvraag daartoe heeft ingediend is verstrekking van een pgb een voor eiseres kenbare (kennelijk) onjuiste subsidievaststelling in de zin van artikel 4:49, sub b, Awb. Verweerder wordt geacht op de hoogte te zijn geweest van de onjuiste verstrekking van het pgb. Het feit dat verweerders administratie zodanig is georganiseerd dat verweerder niet wist dat er dubbele verstrekking, ZIN en pgb, plaatsvond, komt voor risico van verweerder. Gelet op de zesmaandenjurisprudentie die in deze zaak analoog wordt toegepast had verweerder de terugvordering moeten matigen. Bestreden besluit geeft onvoldoende blijkt van deugdelijke belangenafweging. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen