Rb. Amsterdam 25 maart 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7795
Beroep tegen huisverbod en verlenging. Het besluit tot het opleggen van het huisverbod is onbevoegd genomen, maar later door de burgemeester bekrachtigd. Het beroep wordt dan ook op dit punt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen evenwel in stand worden gelaten. Verweerder heeft zich namelijk gelet op het (ernstig vermoeden van) gevaar terecht bevoegd geacht het huisverbod op te leggen. Dat eiser en niet de vrouw en de oudste dochter – die volgens eiser hem uitgescholden, geslagen en bespuwd zouden hebben – het huisverbod opgelegd heeft gekregen, kan niet worden aangemerkt als een kennelijke onredelijke beslissing. Het beroep tegen de verlenging is ongegrond. Het besluit tot verlenging van het huisverbod is door verweerder terecht genomen, nu het ernstige vermoeden van voortzetting van het gevaar werd gerechtvaardigd door de weigering van hulpverlening door de eiser. (WTH, beroep, deels gegrond)
De uitspraak op rechtspraak.nl