Rb. Amsterdam 23 maart 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3604

Beroep van omwonenden tegen het verlenen van een exploitatievergunning aan het Concertgebouw Dwangsom. Naar het oordeel van de rechtbank is een ingebrekestelling vormvrij en is niet vereist dat een bestuursorgaan uitdrukkelijk in gebreke wordt gesteld. Het verzoek van eisers aan verweerder om met voortvarendheid een besluit op hun bezwaar te nemen, is dan ook een ingebrekestelling. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door de hoogte van de verschuldigde dwangsom vast te stellen die verweerder op de voet van artikel 4:17 van de Awb verschuldigd is. Exploitatievergunning. Het exploiteren van een horecabedrijf op de gronden waarop Het Concertgebouw is gelegen, is in strijd met de geldende bestemming. Verweerder heeft gesteld dat dit niet in de weg staat aan het verlenen van de aangevraagde exploitatievergunning, omdat de horeca-activiteiten van Het Concertgebouw op grond van het overgangsrecht van het bestemmingsplan zijn toegestaan. Verweerder heeft echter eerst in deze beroepsprocedure aannemelijk gemaakt dat Het Concertgebouw ook al ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan horeca-activiteiten verrichtte en dus dat het overgangsrecht van toepassing is. De rechtbank verklaart het beroep in zoverre gegrond en bepaalt dat de rechtsgevolgen van dit onderdeel van het bestreden besluit geheel in stand blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen