Rb. Amsterdam 24 december 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8591
Vernietiging besluitvorming van Minister rond aan NPO vergunde experimentele aanbodkanalen. De goedgekeurde diensten zijn voldoende omschreven, ook zonder businesscase. De diensten vallen onder de taakopdracht van de publieke omroepen nu geen sprake is van een experiment in de zin van de experimentenregeling van de Mediawet. Uit het vierde lid van artikel 2.1 van de Mediawet volgt dat ook diensten met een experimenteel karakter onder de publieke mediaopdracht kunnen vallen. Verweerder moet onderzoek doen naar de negatieve effecten van zijn besluiten op de markt en marktpartijen. Verweerder kan daarbij niet volstaan met het doorlopen van de uniforme voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Dat volgt ook uit de beschikking van de Europese Commissie. Niet gebleken is van overcompensatie nu de diensten een relatief klein deel van het totaalbudget vergen en de Europese Commissie een reserve van 10% op het jaarbudget toelaat. Toezicht en evaluatie van de diensten kunnen plaatsvinden nu de diensten voldoende zijn omschreven en evaluatie kan plaatsvinden op basis van de bevindingen tijdens de vergunde periode. Er is geen ruimte voor een grondwetsconforme uitleg van de Mediawet op grond waarvan verweerder zich moet onthouden van een voorafgaande goedkeuring. Geen toepassing bestuurlijke lus, voorlopige voorziening 8:72, vijfde lid toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl