Rb. Amsterdam 4 mei 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8160

Vuurwerkzaak. Bewijswaarde van algemene verklaringen van het NFI. De verdediging heeft aangevoerd dat van een partij inbeslaggenomen vuurwerk representatieve monsters moeten worden onderzocht, en dat de algemene verklaringen van het NFI niet tot bewijs kunnen dienen, nu niet kan worden vastgesteld dat de lading van het in geding zijnde vuurwerk overeenkomt met de lading van het soort vuurwerk dat het NFI heeft onderzocht (vgl. Rb Breda 4 november 2009, LJN: BK1993). Dat oordeel deelt de rechtbank niet. Gebleken is dat het NFI voor een aantal soorten vuurwerk deskundigenverklaringen heeft opgesteld. Het NFI heeft per soort vuurwerk diverse typen en uitvoeringen onderzocht op onder meer het gewicht en de samenstelling van de lading. Aangenomen kan worden dat vuurwerk van een bepaalde fabrikant dat onder een bepaalde merknaam en met een bepaalde typeaanduiding als in massaproductie vervaardigd op de markt wordt gebracht, in beginsel steeds dezelfde samenstelling heeft. Voor zover het onder verdachte inbeslaggenomen vuurwerk voorzien is van een merk- en typeaanduiding die overeenkomt met de merk- en typeaanduiding van door het NFI onderzocht vuurwerk, kan het NFI-rapport tot bewijs van de samenstelling van het inbeslaggenomen vuurwerk dienen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen