Rb. Amsterdam 22 oktober 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO1466

Ook in zaken waarin de opgeëiste persoon uit andere hoofden gedetineerd is, is het van belang dat de vordering zo voortvarend mogelijk ter hand wordt genomen. Niets staat eraan in de weg om zo spoedig mogelijk over te gaan tot aanhouding van de opgeëiste persoon waardoor de termijn van artikel 22 van de OLW gaat lopen. Wanneer het EAB in de visie van de officier van justitie voldoet aan de vereisten van artikel 2 van de OLW zal de aanhouding in ieder geval binnen drie vrije dagen na ontvangst van het EAB moeten plaatsvinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen