Rb. Amsterdam 16 september 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN8718

Internationale Kinderontvoering Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2007 zijn de ouders met ingang van 14 december 2007 geschorst in de uitoefening van het gezag over de minderjarige en is Bureau Jeugdzorg belast met de voorlopige voogdij over de minderjarige. Zowel de ouders als de minderjarige zijn op dat moment spoorloos. Op 10 juli 2008 is bekend waar de minderjarige op dat moment in Nederland verblijft en wordt deze door Bureau Jeugdzorg uit huis geplaatst. De moeder heeft op 24 juni 2010 een verzoek tot teruggeleiding ingediend van de minderjarige naar Ierland. Volgens de moeder had de beschikking van 14 december 2007 geen rechtskracht meer en is hier sprake van kinderontvoering door Bureau Jeugdzorg als bedoeld in art. 3 HKOV. De rechtbank komt, in aanmerking nemend de beschikkingen die gevolgd zijn op de beschikking van 14 december 2007 en feit dat tegen de beschikking van 14 december 2007 geen hoger beroep is ingesteld, tot het oordeel dat de beschikking van 14 december 2007 op 10 juli 2008 wel degelijk rechtskracht had en dat Bureau Jeugdzorg op 10 juli 2008 belast was met de voorlopige voogdij over de minderjarige. De rechtbank komt voorts tot het oordeel dat zowel naar Nederlands recht als naar Iers recht Bureau Jeugdzorg belast was met de voorlopige voogdij. Zij laat, gelet daarop, in het midden of de gewone verblijfplaats van de minderjarige voor de uithuisplaatsing in Nederland of in Ierland was gelegen. De rechtbank komt tot de conclusie dat er geen sprake is van kinderontvoering als bedoeld in artikel 3 HKOV en wijst het verzoek van de moeder tot teruggeleiding af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen