Rb. Amsterdam 19 mei 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3607

Verzet dwangbevel. De Ontvanger heeft op grond van een reeks dwangbevelen beslag gelegd op de inventaris van de BV's, in verband met een achterstand in de betaling van loon- en omzetbelasting. De BV's vorderen vernietiging van de dwangbevelen en opheffing van de beslagen. Zij menen dat de dwangbevelen nietig zijn op grond van het ontbreken van een handtekening, het ontbreken van de machtiging van het Ministerie van Financien, het ontbreken van een hernieuwd bevel tot betaling, en tot slot omdat de Ontvanger zou handelen in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. Alle gronden worden verworpen. Met betrekking tot de laatste grond heeft de rechtbank in het bijzonder overwogen dat het betrekken van de kredietcrisis bij de afwegingen van de Ontvanger er niet toe kan leiden dat de Ontvanger, in strijd met de strekking van de Leidraad Invordering 2008, gehouden zou zijn tot het verstrekken van krediet aan noodlijdende ondernemers, daar waar de zakelijke markt daartoe niet langer bereid is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen