Rb. Amsterdam 3 maart 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8570

IPR, toepasselijk recht Stilzwijgende instemming door gedaagde 1 met achteraf, na het sluiten van de overeenkomst, door eiser gemaakte impliciete, maar voldoende duidelijke rechtskeuze voor het Nederlandse recht. Nederlands recht wordt op grond van artikel 4 lid 1 en 5 EVO ook toepasselijk geacht op de tussen eiser en gedaagde 2 gesloten overeenkomst. Gelet op de omstandigheden van dit geval is de bemiddelingsovereenkomst nauwer verbonden te achten met het land waarvan het recht van toepassing is op de door bemiddeling tot stand te brengen overeenkomst, te weten Nederland.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen