Rb. Amsterdam 8 maart 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BL6795

Verdachte was als enig aandeelhouder en beherend apotheker eindverantwoordelijk voor zijn apotheek en als zodanig bevoegd en redelijkerwijs gehouden maatregelen te treffen om te voorkomen dat via zijn apotheek grondstoffen ter vervaardiging van LSD in het illegale circuit zouden terechtgekomen. Van een apotheker mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de mogelijke toepassing van –in de apotheek gebruikte- grondstoffen bij de vervaardiging van synthetische drugs. Dit geldt hier temeer nu ergotamine al sinds in ieder geval 1995 is aangemerkt als een geregistreerde stof in de zin van de - ook voor apothekers geldende - Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Verdachte heeft desondanks verzuimd enig toezicht uit te oefenen op de door de hoofdassistent voor de apotheek verrichte inkopen waardoor een zeer opmerkelijke bestelling als die van twee keer 100 gram ergotamine onopgemerkt heeft kunnen blijven en vervolgens in het illegale circuit terecht heeft kunnen komen. Een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden door stoffen (ergotamine) voorhanden te hebben, waarvan hij ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen