Rb. Amsterdam 27 januari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BL6749
Ruilverkaveling, bezwaren tegen schattingen en verrekenposten Zowel de schatters van reclamant als die van de Commissie hebben gelet op de kwaliteit van het grasbestand, de vlakligging van de percelen, de vorm ervan en de bewerkbaarheid, maar komen op onderdelen tot een andere waardering. Uit de rapportages van de schatters van reclamant blijkt ook dat zij onderling tot (geringe) waarderingsverschillen komen. Uit de aard der zaak moet derhalve worden aangenomen dat niet steeds zal kunnen worden gekomen tot een in alle gevallen eenduidige waardering. Het blijven nu eenmaal schattingen. Zonder nadere motivering - die ontbreekt - valt dan ook niet in te zien waarom in dit geval meer waarde moet worden toegekend aan de uitkomsten van de schatters van reclamant boven die van de Commissie. De schatters van de Commissie zijn in wisselende samenstelling betrokken bij alle schattingen in de Herinrichting, zij hebben derhalve ruime ervaring en moeten geacht worden - net als de schatters van reclamant - te beschikken over agrarische deskundigheid. Verschillen in waardering zijn daarbij tot op zekere hoogte inherent aan het systeem van schattingen. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen reden om af te wijken van de waardering zoals die namens de Commissie heeft plaatsgevonden en zal die dan ook volgen. Bij vergelijking van de onder 2.1 weergegeven kadastrale tekeningen blijkt dat sprake is van een volledige kavelconcentratie. Voorheen ging het om meerdere op afstand verspreid voorkomende percelen en thans is sprake van één geheel. De vorm van het geheel is daardoor ook veel beter en de percelen liggen alle bij de bedrijfsgebouwen. Er is aldus sprake van een algehele samenvoeging van het bedrijf en dat is ten opzichte van de voorheen bestaande situatie zonder meer een zeer sterke verbetering te noemen, die een waardering in de klasse met 40 punten per hectare rechtvaardigt.
De uitspraak op rechtspraak.nl