Rb. Amsterdam 5 januari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9060

EAB Polen, post-wolzenburg, geen rechtsmacht. Verwijzing naar uitspraak van 3 juli 2009 (LJN BJ1772). In de onderhavige zaak kan het voorkomen van straffeloosheid niet op een andere minder bezwarende manier worden bereikt. Portugal is niet aangesloten bij het EVIG, noch bij het aanvullend protocol van het VOGP. Voor zover artikel 68 SUO dan wel artikel 2 van het aanvullend protocol al zouden zien op de onderhavige situatie – waarin de ‘worteling’ in de Nederlandse samenleving pas heeft plaatsgevonden na de veroordeling in Portugal -, geldt dat de raadsman niet wordt gevolgd in zijn standpunt dat het begrip ontvluchten in dit geval zo ruim moet worden opgevat dat het vertrek van de opgeëiste persoon naar Nederland -naar eigen zeggen bij gelegenheid van de zitting van 26 november 2008- ‘voor zaken’, daaronder moet worden begrepen. Dat de wetgever vooralsnog geen mogelijkheid heeft geboden om voor het voorkomen van straffeloosheid een voor de opgeëiste persoon, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, minder bezwarende optie te kiezen, vormt in dit geval geen omstandigheid welke een weigeringsgrond in de zin van de Overleveringswet oplevert. Verweer dat het Kaderbesluit van 5 december 2008 het rechtsmachtvereiste onnodig zou maken en waardoor de opgeeiste persoon dubbel benadeeld zou worden, ook niet gehonoreerd. De omstandigheid dat in de (nabije) toekomst een mogelijkheid tot overname van de straf zal gaan bestaan, kan nu geen aanleiding vormen om het rechtsmachtvereiste opzij te zetten en de overlevering te weigeren. In dit verband stelt de rechtbank vast dat de Portugese autoriteiten niet een verzoek hebben gedaan tot overname van de tenuitvoerlegging maar een EAB hebben uitgevaardigd, waaruit moet worden geconcludeerd dat de Portugese autoriteiten willen dat de opgeëiste persoon aldaar zijn straf uitzit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen