Rb. Amsterdam 4 februari 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BM4405

vervoerrecht, Retentierecht Artikelen 3:290, 6:52 en 8:954 lid 2 BW Volgens de algemene regeling als neergelegd in de artikelen 6:52 en 3:290 BW kan een retentierecht ook uitgeoefend worden voor vorderingen uit eerdere overeenkomsten (met de zelfde partij), die dus niets te maken hebben met de zaken waarop het retentierecht wordt uitgeoefend. Het vervoerrecht kent een eigen bepaling over het retentierecht, namelijk in artikel 8:954 BW. In lid 2 daarvan staat, dat het retentierecht door de vervoerder kan worden uitgeoefend voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden voor het vervoer van de zaken waarop het retentierecht wordt uitgeoefend. In deze zaak oefende de retentor zijn recht uit voor oude vorderingen op zijn opdrachtgever, stellende dat naast de vervoerrechtelijke regeling ook de algemene regeling van toepassing blijft. Dit standpunt wordt in r.o. 4.3.2.-4.3.4. verworpen: artikel 8:954 lid 2 BW behelst een specifieke regeling, waarop de algemene regeling van 6:52 en 3:290 BW niet van toepassing is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen