Rb. Amsterdam 24 september 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BK3547
Vordering jegens Soedanese luchtvaartmaatschappij tot betaling van openstaande facturen in verband met (onder meer) reparatiewerkzaamheden aan Fokker 50, die zij op grond van een leaseovereenkomst exploiteert, alsmede vordering jegens de eigenaresse van het luchtvaartuig tot het gehengen en gedogen van de executoriale verkoop. Afwijzing nu in kort geding niet valt vast te stellen voor welk bedrag opdracht tot het verrichten van werkzaamheden is gegeven. In reconventie is door de eigenaresse van het luchtvaartuig opheffing van het door eiseres ten laste van haar gelegde conservatoire beslag gevraagd alsmede afgifte van het toestel. De opheffing van het conservatoire beslag wordt toegewezen, omdat eiseres (ter zitting) heeft erkend dat alleen de luchtvaartmaatschappij haar opdrachtgeefster is geweest en zij in het beslagrekest geen andere gronden voor aansprakelijkheid van de eigenaresse van de Fokker 50 heeft vermeld. De vordering tot afgifte van het luchtvaartuig wordt evenwel afgewezen. Eiseres kan ook jegens de eigenaresse van het toestel het retentierecht inroepen. Dit retentierecht is niet vervallen wegens niet inschrijving van dit retentierecht in de daartoe bestemde registers, nu Soedan geen Verdragsland is als bedoeld in het Verdrag van Geneve van 1948 (Verdrag betreffende de internationale erkenning van rechten op luchtvaartuigen). Eiseres heeft de F50 rechtmatig onder zich in het kader van een overeenkomst tot uitvoering van reparatiewerkzaamheden, die de luchtvaartmaatschappij met wetenschap en toestemming van de eigenaresse is aangegaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl