Rb. Amsterdam 30 juni 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3512
Door UWV wordt jaarlijks in een beleidsregel de hoogte van de maximale vergoeding vastgesteld die verzekerden voor het inschakelen van een doventolk ontvangen. Op grond van afspraken van de beroepsvereniging van tolken, NBTG, met een voorganger van UWV werd ook de maximale vergoeding toegekend voor geplande werkzaamheden van de doventolk die binnen 48 uur voor de uitvoering door de verzekerde werden geannuleerd. In 2007 heeft UWV besloten die annuleringsregeling te beëindigen en is toegezegd met NBTG te overleggen over een tegemoetkomende compensatie in het tarief. Dat overleg is mislukt waarna UWV per 1 januari 2009 in de Beleidsregels 2009 eenzijdig een beperkte vergoeding voor de annuleringen heeft vastgesteld. NBTG vordert in kort geding onder meer het staken van de uitvoering van de Beleidsregels 2009, het hervatten van de oude annuleringsregeling en opnieuw een overleg over een compensatie. Vordering tot overleg over compensatie wordt toegewezen omdat UWV onvoldoende haar toezegging tot overleg is nagekomen. De andere genoemde vorderingen worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl