Rb. Amsterdam 27 maart 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI9033

De vader van eiseres verhuurt in 1989 aan gedaagde een woning voor NLG 250, waarbij de energiekosten voor rekening van de verhuurder komen, met de bepaling dat huurprijs ten aanzien van deze huurster nimmer kan worden verhoogd en dat dit ook geldt voor de rechtsopvolgers van vader van eiseres, zulks op straffe van een boete gelijk aan de waarde van de woning. Nadat de vader van eiseres in 2000 overlijdt wensen de erfgenamen de huur substantieel te verhogen, met het argument dat de oorspronkelijke afspraak op grond van onvoorziene omstandigheden niet ongewijzigd kan blijven, en de oorspronkelijke afspraak bovendien in strijd is met het EHRM-arrest van 22 februari 2005 ('Poolse kwestie') waarbij de inkomsten uit verhuurde huizen in onbalans was met de onderhoudskosten. De kantonrechter wijst de vorderingen van de erfgenamen af, omdat de lage huurprijs bewust is overeengekomen en het gelet op de geldontwaarding relatief afnemen van de huurprijs in 1989 juist was te voorzien. Het EHRM-arrest ziet niet op de onderhavige zeer specifieke situatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen