Rb. Amsterdam 1 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI6917

Zorgplicht bank, beleggingsadvies, waarschuwingsplicht bij tussentijdse wijziging beleggingsstrategie. Advies om in kwaliteitsaandelen te gaan beleggen, moet in dit geval naar de maatstaven van 1997 passend en niet onjuist worden geacht. Een dergelijke belegging werd in die tijd niet als bijzonder risicovol gezien, maar eerder als degelijk. Niet is komen vast te staan dat Rabobank met het advies in 1997 - zo al van haar afkomstig - niet zou hebben gehandeld als van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beleggingsadviseur mag worden verwacht. Naar het oordeel van de rechtbank werd dit evenwel anders toen vanaf juli 1998 in de portefeuilles van eisers in toenemende mate ook in opties werd belegd. Aangezien aan een belegging in opties bijzondere en ook grotere risico’s zijn verbonden dan aan de geadviseerde belegging in kwaliteitsaandelen, werd daarmee immers het risico ten opzichte van de bestaande beleggingsstrategie gewijzigd. De op Rabobank jegens eisers rustende zorgplicht brengt mee dat zij eisers naar aanleiding daarvan uitdrukkelijk had moeten wijzen op - en waarschuwen voor - de aan een belegging in opties verbonden bijzondere en mogelijk zeer grote risico’s en dat zij nader had moeten onderzoeken of de wijziging in de strategie strookte met de voor haar uit het advies kenbare bedoelingen en wensen van eisers Rabobank heeft dat echter niet gedaan. Die tekortkoming kan aan Rabobank worden toegerekend, zodat Rabobank in beginsel gehouden is de als gevolg daarvan geleden schade aan eisers te vergoeden. Nu de bijzondere zorgplicht waarin Rabobank is tekortgeschoten ertoe strekt te voorkomen dat een belegger - zoals hier eisers - zich lichtvaardig en/of met ontoereikend inzicht in de optiehandel begeeft, moet het - anders dan Rabobank betoogt - ervoor worden gehouden dat, bij gebreke van voldoende door de Rabobank gestelde en te bewijzen aangeboden feiten waaruit anders kan blijken, het eisers, die in weerwil van dat tekortschieten is gaan beleggen in opties, op het moment dat hij daarmee een aanvang maakte aan voldoende beraad en inzicht heeft ontbroken zodat hij, zoals hij ook zelf stelt, als Rabobank hem wel uitdrukkelijk voor de risico’s had gewaarschuwd, niet in opties zou hebben belegd, althans niet op de wijze zoals hij thans heeft gedaan. Het beroep op artikel 6:89 BW wordt verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen