Rb. Amsterdam 28 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2609

Sepot is einde zaak in de zin van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank ziet in de uitleg van de wetgever alsmede in de jurisprudentie geen reden in het kader van artikel 89 Sv onderscheid te maken tussen een onvoorwaardelijk sepot en een kennisgeving niet (verdere) vervolging nu de gevolgen voor verzoekster identiek zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat door het onvoorwaardelijke sepot de zaak is geëindigd in de zin van artikel 89 Sv. Aangenomen dient te worden dat de termijn voor het indienen van een verzoekschrift ex artikel 89 Sv is aangevangen op de dag waarop redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het feit van het sepot ter kennis van verzoekster is gekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen