Rb. Amsterdam 23 maart 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI1534
Mondeling verzoek tot wraking ingevolge art. 513 Sv. Verzoek toegewezen. Het wrakingsverzoek heeft betrekking op een rechter-commissaris. Het verzoek berust op de gedachte dat een door de rechter gemaakte opmerking exact de tenlastelegging weergeeft in de voltooid verleden tijd. De omschrijving van het incident door de politie wordt door de rechter op deze wijze als een vaststaand feit afgedaan. Daarmee geeft de rechter blijk dat verzoeker het hem tenlastegelegde ook zou hebben gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de rechter met zijn uitlating op voorhand bij verzoeker de indruk kunnen wekken dat hij zich een bepaald beeld heeft gevormd over de situatie die heeft geleid tot het aan verzoeker tenlastegelegde feit, in de zin dat de rechter het tenlastegelegde feit bewezen acht. Een rechter dient zich ervoor te hoeden woorden te gebruiken die de schijn kunnen wekken dat hij zich al in de onderzoeksfase van de procedure een dergelijk beeld heeft gevormd. Daarmee kon bij verzoeker de objectief gerechtvaardigde vrees ontstaan dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert en dat deze rechter-commissaris het getuigenverhoor niet op een onpartijdige wijze zal afnemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl