Rb. Amsterdam 24 december 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BH5471

Erfpacht X heeft een perceel grond, in erfpacht van de gemeente y, waarop hij een woning heeft laten bouwen,. De canon is bij vooruitbetaling voldaan voor de gehele duur van de erfpacht (50 jaar). X laat na enige tijd een extra verdieping op de woning aanbrengen, zonder daarvoor - op grond van de toepasselijke erfpachtvoorwaarden - eerst aan de gemeente y toestemming te vragen. Naar aanleiding van deze wijziging van de woning verhoogt de gemeente y de canon en x betaalt bij vooruitbetaling € 9.120,-- onder de ontbindende voorwaarde dat achteraf komt vast te staan dat er geen grond is voor verhoging van de canon. Met een beroep op deze ontbindende voorwaarde vordert x op enig moment het bedrag van € 9.120,-- terug. Tot verhoging van de canon mag ingevolge de erfpachtvoorwaarden worden overgegaan indien de door de wijziging tot stand gekomen waardevermeerdering van het perceel daartoe redelijkerwijs aanleiding geeft. Anders dan de gemeente y meent x dat de waarde van het perceel door de extra verdieping niet is vermeerderd. De rechtbank is dat met x eens en overweegt daartoe dat het bij een tussentijdse herziening van de canon aankomt op de vraag of de grondwaarde is gestegen en niet of en zo ja in welke mate de bebouwing is uitgebreid. Aan dit uitgangspunt ligt immers ten grondslag dat een stijging van de grondwaarde aan de gemeenschap ten goede dient te komen. Hierover gaat de gemeente y, want het is de gemeente die de grond uitgeeft. Onder waardevermeerdering dient hier de waardevermeerdering van de grond te worden verstaan. Omdat het verschil tussen de waarde van het erfpachtrecht v¬óór en na de realisatie van de extra verdieping minder bedraagt dan het bedrag dat de extra verdieping heeft gekost, concludeert de rechtbank dat de waarde van de grond niet is vermeerderd en dat er derhalve geen reden was voor de canonverhoging. Gemeente Y moet het bedrag van € 9.120,-- aan x terugbetalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen