Rb. Amsterdam 24 december 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BH1381

Beroep op misbruik van bevoegdheid bij het sluiten van een erfpachtovereenkomst afgewezen. Stellingen tevens opgevat als een beroep op misbruik van omstandigheden, doch ook dat beroep afgewezen. Vordering tot nietigheid van een tussentijdse aanpassing van een erfpachtovereenkomst. Verhoging van canon in verband met uitbreiding van het pand. Beroep op misbruik van bevoegdheid door de Gemeente. He systeem van de AB 1966 komt erop neer dat de Gemeente eerst dient te beoordelen of zij bezwaren heeft tegen de voorgenomen verandering in bebouwing, bij gebreke waarvan de vergunning wordt verleend. Vervolgens dient in het kader van artikel 3 lid 6 AB 1966 zelfstandig te worden bezien of er aanleiding is herziening van de canon te vorderen. Gelet op deze gang van zaken heeft de Gemeente niet (duidelijk) het geschetste onderscheid gehanteerd, maar de toestemming tot de verbouwing kennelijk gekoppeld aan de acceptatie van de canonverhoging. In zoverre kan worden gesproken van misbruik van bevoegdheid. Dat kan echter niet leiden tot nietigheid of vernietiging van de obligatoire overeenkomst die aan de vestiging van het erfpachtrecht ten grondslag ligt. De handelwijze van de Gemeente raakt immers alleen de toestemming om verandering te mogen aanbrengen in de opstal. De primaire vordering van eisers strekt - naar begrijpelijk is - niet tot het aantasten van die toestemming maar heeft tot doel de obligatoire overeenkomst tussen partijen te vernietigen. In de stellingen van eisers ligt echter ook besloten dat de Gemeente misbruik van de omstandigheden heeft gemaakt door - kort gezegd – eisers onder druk te zetten bij de acceptatie van het genoemde aanbod. De rechtbank vat de stellingen van eisers dan ook op als een beroep op vernietigbaarheid in de zin van artikel 3:44 BW. Volgt afwijzing van beroep opmisbruik van omstandigheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen