Rb. Amsterdam 28 november 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6617

In artikel 4, derde lid, OLW is bepaald dat een signalering na het aantreffen van de opgeëiste persoon onmiddellijk moet worden gevolgd door toezending van het EAB. Indien niet aan dit vereiste wordt voldaan heeft dat geen gevolgen voor de vraag of het overleveringsverzoek kan worden toegewezen, maar voor de vraag of de opgeëiste persoon nog langer in bewaring kan worden gehouden. Indien het EAB immers na twintig dagen nog altijd niet is ontvangen zal de opgeëiste persoon op de voet van artikel 19, onder b, OLW in vrijheid worden gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen