Rb. Amsterdam 18 november 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6018

Een ongelijke verdeling over de omroepverenigingen van gelden die op grond van artikel 106a Mediawet ter beschikking zijn gesteld, is niet in strijd met het bepaalde in dit artikel. Voor een verdeling van deze gelden bevat de Mediawet geen voorschriften. Artikel 103 Mediawet verplicht verweerder slechts om de op grond van artikel 101 van de Mediawet ter beschikking gestelde bedragen met toepassing van het hierin bepaalde te verdelen. Verweerder is bij de verdeling van gelden over omroepverenigingen gebonden aan de wettelijke grondslag die de Minister heeft gekozen. De onderhavige internetgelden zijn ter beschikking gesteld op grond van artikel 106a Mediawet. Verweerder was bevoegd was om criteria op te stellen en aan de hand daarvan de gelden te verdelen. Aan de motivering van een besluit op grond van deze criteria kunnen slechts beperkte eisen worden gesteld. Bij de beoordeling en waardering is namelijk (deels) sprake van objectivering van naar hun aard subjectieve oordelen die zich niet licht in woorden laten (samen)vatten. Daarbij dient echter voor de aanvrager wel in enigermate inzicht te worden verschaft in de gedachtegang die eraan ten grondslag ligt. Aan dit vereiste is naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit en het daaraan voorafgaande primaire besluit niet voldaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen