Rb. Amsterdam 24 juni 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BF7081

De op te leggen straf is gegrond op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Deze wettelijke bepalingen zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen