Rb. Amsterdam 9 juli 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3970
Eisers hebben terecht aangevoerd dat de overeenkomst tussen hen en gedaagden huurkoop betreft in de zin van de Tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken (Twhoz). Immers, de overeenkomst heeft betrekking op de koop en verkoop van een pand, waarbij is overeengekomen dat de koopprijs door eisers wordt betaald in termijnen en de overdracht later zal plaatsvinden, na voldoening van meerdere termijnen die verschuldigd werden nadat eisers reeds in het genot van het pand waren gesteld. De bepalingen van de Twhoz vormen krachtens artikel 15 van die wet dwingend recht, waardoor de door gedaagden gestelde bedoeling van partijen om de overeenkomst niet te onderwerpen aan de Twhoz, niet van belang is. Aangenomen wordt dat gedaagden noch eisers ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van de (toepasselijkheid van de ) Twhoz en de dwingendrechtelijke gevolgen daarvan wisten, zodat er sprake is van wederzijdse dwaling omtrent het recht. De aard van de huurkoopovereenkomst, mede gezien de noodzakelijk geachte bescherming van de huurkoper zoals neergelegd in de Twhoz, brengt met zich dat de dwaling voor rekening van gedaagden dient te blijven. De vordering van eisers tot medewerking van gedaagden aan de levering van het pand aan eisers tegen het restant van de koopsom is gebaseerd op de Twhoz en wordt toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl