Rb. Amsterdam 27 juni 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BF1083
Promisvonnis. Opzetheling. Gewoonteheling. Functioneel daderschap. Verdachte heeft zich op meerdere tijdstippen schuldig gemaakt aan het plegen van opzetheling en schuldheling. Verdachte is eigenaar van een eenmansbedrijf, dat zich bezig houdt met de inkoop en verkoop van gebruikte en ongeregelde goederen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op meerdere momenten goederen heeft ingekocht terwijl hij zich bewust was van het risico dat de op dat moment door de verkopers aangeboden goederen van misdrijf afkomstig konden zijn. De rechtbank is van oordeel dat verdachte als functioneel dader ten aanzien van de handelingen van de overige inkopers kan worden beschouwd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte de beschikkingsmacht had over de inkoop van goederen door de medewerkers. Verdachte was eigenaar van de eenmanszaak en die hoedanigheid dan ook verantwoordelijk voor de inkoop van de goederen door zijn werknemers. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat voldoende is gebleken dat er sprake is geweest van een zekere vorm van aanvaarding van de verboden gedragingen door verdachte. Verdachte was vrijwel dagelijks in de winkel aanwezig. Verdachte was de feitelijk leidinggevende op de werkvloer en gaf ook feitelijk leiding aan de verboden gedragingen door geen werkelijk afdoende maatregelen te nemen ter voorkoming daarvan, hoewel hij hiertoe bevoegd en redelijkerwijze gehouden was. Voorts acht de rechtbank van belang dat uit de in het dossier opgenomen verklaringen van verdachte kan worden afgeleid dat hij geen duidelijke richtlijnen gaf aan zijn medewerkers over de wijze waarop het inkopen van gestolen goederen kon worden voorkomen. Door aldus te handelen heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de verboden gedragingen zich voor zouden doen. Dat verdachte van het plegen van opzetheling een gewoonte heeft gemaakt (gewoonteheling), acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. Voor het maken van een gewoonte van opzetheling is immers niet alleen vereist dat de verdachte een aantal opzethelingen heeft gepleegd, maar ook dat verdachte een op de gewoonte gerichte opzet had.
De uitspraak op rechtspraak.nl