Rb. Amsterdam 25 juni 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BE9545

Vast staat dat de waterhuishoudkundige toestand van de kavels van De Groot - door het wegvallen van de vergunning tot onderbemaling - er in absolute zin niet beter op is geworden. Ook de Commissie gaat er immers vanuit dat een geringere drooglegging tot agrarische schade lijdt, terwijl de Commissie tevens uiteen heeft gezet dat De Groot een vergunning had voor een extra verlaging van het peil van 14 centimeter. Bij afweging van deze algemene voordelen en concrete nadelen voor De Groot is de rechtbank van oordeel dat met betrekking tot de waterhuishoudkundige toestand van de kavels van De Groot, niet of nauwelijks kan worden gesproken van verbetering. De onder 7 genoemde klasse-indeling van 0, 8 naar 16 punten biedt geen ruimte voor verdere nuances, zodat moet worden vastgesteld dat bij de beoordeling van de waterhuishoudkundige toestand dient te worden uitgegaan van de factor 0, omdat 8 punten in dit geval een onredelijke geldelijke regeling zou opleveren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen