Rb. Amsterdam 27 juni 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6470

Veroordeelde is in 1999 door de politierechter veroordeeld terzake van openlijke geweldpleging en poging tot zware mishandeling en in hoger beroep door het Hof in 2004 tot een gevangenisstraf. Cassatie is in 2005 niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor heeft veroordeelde zijn straf pas uitgezeten na 1 januari 2005 (= in werking treding Wet DNA). Bevel DNA afname in 2007. Na aanvankelijk verzet tegen de afname heeft veroordeelde, na plaatsing in een isoleercel, materiaal afgestaan. De rechtbank heeft kort gezegd het volgende overwogen: -1- geen strijd met artikel 5 en 6 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden Toegepaste methode om een weigerachtige veroordeelde zover te krijgen dat hij zijn materiaal afstaat is in overeenstemming met de artikelen 24 en 35 van de Penitentiaire beginselenwet. -2- geen strijd met artikel 7 EVRM EHRM in Van der Velden/ NL (LJN-BA0291): afname wangslijmvlies idzv de Nederlandse wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, is geen straf of strafrechtelijke maatregel in de zin van artikel 7 EVRM. -3- geen strijd met artikel 8 EVRM Bevel DNA-afname is inbreuk op dit recht. ogv art 8, 2e lid, EVRM kunnen inbreuken op dit recht gerechtvaardigd zijn, voor zover bij wet voorzien en noodzakelijk in democratische samenleving, in belang voorkomen strafb feiten/ bescherming rechten en vrijheden anderen. -3a- Bij wet voorzien en legitiem doel Wet DNA is een wet in formele zin en aldus is de inbreuk voorzien bij wet. Legitiem doel: kan bijdragen aan het oplossen, vervolgen en berechten van reeds gepleegde en in de toekomst nog te plegen misdrijven. Door dit laatste ook preventieve werking. In Van der Velden/NL heeft het EHRM de vragen of de Nederlandse Wet DNA al dan niet kenbaar en voorzienbaar is en een legitiem doel dient, bevestigend beantwoord. -3b- Noodzakelijk in een democratische samenleving Het EHRM in Van der Velden/NL: verplicht afstaan DNA niet onredelijk bij veroordelingen terzake van offences of a certain seriousness. Evenmin onredelijk is een enge uitleg van de uitzonderingen. Het gaat i.c. om misdrijven omschreven in artikel 67, eerste lid, SV. Gelet op documentatie van veroordeelde is afname ook in dit individuele geval niet disproportioneel. -4- Artikel 14 EVRM en het verbod van willekeur Niet is gebleken is van een gelijk geval, dat ongelijk behandeld is. Daarnaast betekent het feit dat destijds geen voorlopige hechtenis is toegepast niet dat er sprake is van willekeur. Instellen van een rechtsmiddel dient te worden gezien als een processueel risico.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen