Rb. Amsterdam 26 juni 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6199
Verdachte wordt veroordeeld voor handel met voorkennis in aandelen. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij een niet nader toegelichte opdracht van een goede vriend om zijn aandelen te verkopen heeft uitgevoerd, is niet geloofwaardig en bovendien niet consistent met zijn eerdere verklaring dat hij de aandelen uit eigen beweging heeft verkocht. Ten minste één van beide verklaringen is kennelijk leugenachtig, hetgeen aan het bewijs van het tenlastegelegde bijdraagt. Bij de beoordeling speelt tevens een rol dat bij verdachte een digitaal document met vertrouwelijke informatie over de betrokken vennootschap is aangetroffen. Dit bevestigt dat hij zich over die vennootschap liet informeren.
De uitspraak op rechtspraak.nl