Rb. Amsterdam 26 juni 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6188
De rechtbank concludeert uit de relevante feiten en omstandigheden dat verdachte, die een relatief groot pakket aandelen heeft verkocht nadat hij een bespreking had gehad met de CEO en CIO van de vennootschap waar die aandelen betrekking op hadden, dat het niet anders kan dan dat verdachte vanaf die datum aandelen heeft verkocht in de verkregen wetenschap van de voorgenomen verkoop door de vennootschap van een bedrijfsonderdeel. Aangezien er geen twijfel over kan bestaan dat die wetenschap op dat moment koersgevoelig en niet openbaar was, moet de conclusie zijn dat verdachte in ieder geval bij die verkopen van aandelen heeft beschikt over voorwetenschap ter zake van de voorgenomen verkoop. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor het mededelen van die voorwetenschap aan een goede kennis en huisvriend.
De uitspraak op rechtspraak.nl