Rb. Amsterdam 2 juni 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2981
Op grond van hetgeen in paragraaf 4.4. en 4.5. is overwogen, is aannemelijk dat het gedrag van verdachte op een of meer momenten hinderlijk is geweest en dat hij daardoor de normale gang van zaken bij de overbrenging van [arrestant] heeft bemoeilijkt. De verbalisanten hadden in het kader van de uitoefening van hun taak ter voorkoming van opschudding een gerechtvaardigd belang verdachte op grotere afstand te willen houden. Boete € 200,00.
De uitspraak op rechtspraak.nl