Rb. Amsterdam 21 maart 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2785
Economisch delict: vissersboot, die in Duitese wateren vist, voldoet niet aan het vereiste aantal bemanningsleden a.b.i. art 57 Zeevaartbemanningswet. 1) Na cautie dringt verbalisant aan op afleggen van een verklaring. Verdachte legt, na aanvankelijke weigering toch een verklaring af: geen misbruik van gezag of ontoelaatbare druk. 2) Duitse visserijinspectie is bevoegd Nederlandse vissersschepen in communautaire wateren te controleren. De brief waarin de Duitse inspecteurs de Nederlandse autoriteiten in kennis te stellen van een overtreding van Nederlandse regelgeving kan in verband met andere bewijsmiddelen voor het bewijs gebruikt worden. 3) Binnen de Europese Unie mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat naar eigen inzicht regels stellen omtrent het minimum aantal bemanningsleden. 4) Geen sprake van ontbreken van de materiele wederrechtelijkheid. De beroepsgroep waartoe verdachte behoort heeft zelf als norm heeft aanvaard dat indien men langer dan 18 uur buitengaats verblijft men dient te varen met drie bemanningsleden. Dat verdachte die norm niet aanvaardt strekt er niet toe om het door de onderhavige strafbepaling beoogde belang van veiligheid aan boord beter te dienen, maar vindt zijn oorzaak in bedrijfseconomische belangen waaraan hij prioriteit geeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl