Rb. Amsterdam 12 juli 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BF5122

De rechtbank acht voor de beantwoording van de vraag of verweerder een vordering van eiseres in het kader van een nabetaling van een bijstandsuitkering heeft kunnen verrekenen met vorderingen van verweerder op eiseres van belang of verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat zowel de vordering van eiseres op verweerder als de vorderingen van verweerder op eiseres zijn ontstaan vóór de datum waarop eiseres is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende onderbouwd dat de vorderingen op eiseres zijn ontstaan in een periode vóór die datum. Evenmin heeft verweerder bij het bestreden besluit de grondslag en de hoogte van die vorderingen voldoende onderbouwd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen