Rb. Amsterdam 30 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BD5484
Van rechtswege verleende vergunning ex artikel 11 Monumentenwet voor de aanleg van een steiger bij het Muiderslot. Het ontwerpbesluit was (nog) niet ter inzage gelegd toen de termijn om op de vergunningaanvraag te beslissen was verstreken. Eisers kunnen dan ook niet worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend. De rechtbank ziet geen ruimte de van rechtswege verleende vergunning te vernietigen enkel en alleen omdat deze niet is gemotiveerd en geen blijk geeft van een genoegzame afweging van de betrokken belangen. Het ontbreken van motivering is immers inherent aan de van rechtswege verleende vergunning en zou de bescherming van de aanvrager teniet doen. Dit betekent echter niet dat de rechtbank de van rechtswege verleende vergunning in beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Uit de adviezen van Rijksdienst en monumentencommissie komt naar voren dat de aanleg van een steiger zal leiden tot een ernstige aantasting van het rijksmonument Het Muiderslot. B&W hebben zich in beroep op het standpunt gesteld dat bij een tijdige signalering van de fatale termijn de vergunning zou zijn geweigerd. De rechtbank acht het monumentenbelang, gelet op de adviezen, zwaarder wegen dan het belang van de aanvrager bij een uitbreiding van de steiger. Vernietiging.
De uitspraak op rechtspraak.nl