Rb. Amsterdam 17 december 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BC3571
Eiser heeft bij verweerder een gewijzigde IRO met een bijbehorend scholingsformulier en plaatsingsplan ingediend. De totale kosten hiervan overschrijden het door verweerder vastgesteld maximale bedrag van € 5.000,-. Volgens de rechtbank heeft eiser de noodzaak van de door hem gekozen opleiding onvoldoende aannemelijk gemaakt nu uit het scholingsplan niet blijkt dat de keuze van eiser voor de desbetreffende opleiding de kortste en goedkoopste weg naar arbeid is. Verweerder heeft in zoverre dan ook terecht geweigerd aan eiser een hoger bedrag dan € 5.000,- beschikbaar te stellen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat verweerder eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen. Door concrete gegevens aan te dragen van gevallen die in eerste instantie vergelijkbaar voorkomen met eisers geval, heeft eiser een begin van bewijs geleverd dat sprake is van vergelijkbare gevallen. Verweerder had aan de hand van deze gegevens nader onderzoek moeten doen en moeten motiveren of al dan niet sprake is van een vergelijkbaar geval.
De uitspraak op rechtspraak.nl