Rb. Amsterdam 4 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8002

Reïntegratiebudget / ongedifferentieerd en flexibel budget / onderuitputting De rechtbank overweegt dat als gevolg van het besluit van 18 december 2002 het Besluit per 1 januari 2003 is gewijzigd in de zin dat aan de gemeenten een ongedifferentieerd en flexibel budget ter beschikking wordt gesteld. Onder omstandigheden was het onder het tot 1 januari 2003 geldende systeem mogelijk om gelden door te schuiven naar een volgend jaar. Dit kon alleen in het geval er sprake was van onderuitputting, in de zin dat de gemeente wel het beoogde aantal arbeidsplaatsen had gerealiseerd, maar er geld per vervulde arbeidsplaats over was, derhalve als de kosten per gerealiseerde arbeidsplaats lager waren dan het door verweerder beschikbaar gestelde forfaitaire bedrag per te realiseren arbeidsplaats. Per 1 januari 2003 is het forfaitaire systeem van financiering losgelaten, hetgeen met zich bracht dat (ook) de figuur van onderuitputting als hiervoor beschreven, niet meer aan de orde was. Bij gebreke van bij onderuitputting naar het volgende jaar door te schuiven gelden is met de wijziging van de financieringswijze, de (enige) mogelijkheid tot het overhevelen van gelden naar een volgend jaar in zijn geheel komen te vervallen. Met betrekking tot de stelling van eiseres dat verweerder haar eerst door middel van de circulaire van 30 augustus 2005 heeft geïnformeerd dat het doorschuiven van gelden naar een volgend jaar niet meer mogelijk is, overweegt de rechtbank het volgende. In de verzamelbrief van 30 oktober 2002 is expliciet opgenomen dat voor het jaar 2003 de middelen niet meer op declaratiebasis maar als ongedifferentieerd en flexibel besteedbaar budget beschikbaar worden gesteld. Ook uit het besluit van 18 december 2002 en de daarbij behorende toelichting blijkt dat het systeem van financiering ingrijpend zou worden gewijzigd. Hoewel in de hiervoor genoemde stukken niet expliciet is opgenomen dat het niet langer mogelijk was om gelden over te hevelen naar een volgend jaar, had eiseres, gelet op de ingrijpende wijziging van het systeem van financiering, kunnen afleiden dat deze wijziging tot gevolg had dan wel kon hebben dat het doorschuiven van gelden onder het nieuwe systeem in 2003 niet langer mogelijk was. Onderuitputting als bedoeld in de oorspronkelijke regeling was immers niet langer mogelijk. De rechtbank is van oordeel dat nu sprake is van gewijzigde regelgeving verweerder zich niet langer gebonden hoefde te achten aan de door hem tot 1 januari 2003 gehanteerde handelwijze. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel niet voor honorering in aanmerking komt. Eiseres heeft ter zitting naar voren gebracht dat voor het verleende bedrag aan subsidie voor het jaar 2003 volledig is besteed en dat niets 'op de plank' is blijven liggen. Dienaangaande wordt overwogen dat, wat er ook van de stelling van eiseres zij, verweerder met inachtneming van het bepaalde in artikel 13, achtste lid, van het Besluit de subsidie heeft vastgesteld op basis van gegevens die eiseres in de jaaropgave heeft verstrekt. Dat eiseres voornemens was om het totale bedrag aan verleende subsidie te besteden aan activiteiten die binnen de doelstelling van het Besluit vielen en dat zij dat naar zij stelt ook heeft gedaan, kan niet leiden tot een ander oordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen