Rb. Amsterdam 17 oktober 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB7722
1. Voor kosten manuele therapie zijn Zorgverzekeringswet en Besluit Zorgverzekering in beginsel passende en toereikende voorziening. Het recht op bijstand strekt zich niet uit tot kosten die in die voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de wetgever hiermee niet heeft bedoeld om ook voor kosten die vanuit budgettaire overwegingen niet zijn opgenomen in de voorziening het recht op bijstand uit te sluiten. De rechtbank is van oordeel dat uit de toelichting op de Regeling paramedische hulp ziekenfondsverzekering blijkt dat aan het buiten de voorziening laten van deze kosten niet een (slechts) budgettaire overweging ten grondslag ligt, maar dat (ook) een beslissing wordt genomen over de noodzakelijkheid. 2. Dat geen concreet bedrag is genoemd is geen reden om het besluit te vernietigen. Eiser heeft verzocht om toepassing van de verruimde regeling, dat wil zeggen vanaf 1 januari 2004, en heeft niet eerder dan ter zitting gesteld dat ook de oude regeling niet op hem was toegepast. Of dit inderdaad niet is gebeurd en of eiser hier wel recht op heeft kan de rechtbank binnen het onderhavige geschil niet beoordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl