Rb. Amsterdam 31 oktober 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB7165
burenruzie, verkrijgende verjaring art. 3:99 lid 1 en 3:102 lid 2 BW De stelling van eisers met de verste strekking komt erop neer dat sprake is van verkrijgende verjaring in de zin van artikel 3:99 lid 1 jo 3:102 lid 2 BW - voor zover vast zou komen te staan dat de schutting niet de perceelsgrens markeert en een deel van het perceel aan de zijde van eisers van gedaagde zou zijn. Zoals ook bij gelegenheid van de comparitie is overwogen, zouden bij de juistheid van die stelling eisers eigenaar zijn van de grond tot aan de schutting, ongeacht of die schutting nu wel of niet precies op de oorspronkelijke grens staat. Het is aan eisers om te bewijzen dat de schutting waar het in deze procedure om gaat door hen en door vorige bezitter(s) werd beschouwd als juiste en rechtmatige markering van de erfgrens tussen de aan elkaar grenzende percelen van partijen, zodanig dat kan worden gesproken van bezit te goeder trouw. Na het horen van getuigen acht de rechtbank eisers geslaagd in het leveren van voornoemd aan hen reeds bij eerder tussenvonnis opgedragen bewijs.
De uitspraak op rechtspraak.nl