Rb. Amsterdam 30 augustus 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB6263

Inhouding premies verplichte verzekering niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM. Deze uitspraak is een vervolg op een eerdere uitspraak van 16 december 2005 van de Rechtbank Amsterdam, waarbij de inhouding van premies voor de Zfw en de AWBZ op een WAO-uitkering niet in strijd werd geacht met artikel 1 van het EP. In de uitspraak van 16 december 2005 is overwogen dat de premieheffing een ontneming is van eigendom in de zin van artikel 1 EP. Nu het algemeen belang is gediend bij het stelsel van ziektekostenverzekering zoals dit voortvloeit uit het (gewijzigde) Verdrag inzake sociale verzekering tussen Nederland en Marokko (NMV) in combinatie met de Nederlandse wetgeving en de premieheffing niet disproportioneel is, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een ontneming van eigendom die in strijd is met artikel 1 EP. Met ingang van 1 januari 2006 is de zogenoemde woonlandfactor ingevoerd, hetgeen betekent dat de premies voor de zorgverzekering (welke in de plaats is gekomen voor de ziekenfondsverzekering) voor het merendeel van de in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden verlaagd zijn. De vraag of dit gegeven wijziging brengt in het in de eerdere uitspraak gegeven oordeel ten aanzien van de proportionaliteit, beantwoordt de rechtbank in onderhavige uitspraak ontkennend. De invoering van de woonlandfactor, leidt niet tot het oordeel dat achteraf bezien de voor die datum geheven premies als disproportioneel moeten worden aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen